ECLI:NL:RVS:2019:545
Raad van State
- Hoger beroep
- A.W.M. Bijloos
- J.J. van Eck
- C.M. Wissels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering zorgtoeslag en kindgebonden budget wegens verblijfspartner zonder rechtmatig verblijf
De Belastingdienst/Toeslagen stelde de zorgtoeslag, het kindgebonden budget en de huurtoeslag voor appellante over 2015 definitief op nihil omdat haar echtgenoot geen rechtmatig verblijf in Nederland had. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en wees haar beroep op afgeleid verblijfsrecht op grond van artikel 20 VWEU Pro af.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij en haar minderjarige kind afhankelijk zijn van haar echtgenoot en dat het niet toekennen van toeslagen in strijd is met het EVRM en EU-recht. De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat het enkele feit dat de echtgenoot niet wordt uitgezet en dat artikel 1F tegen hem wordt ingeroepen, niet uitsluit dat hij geen verblijfsrecht kan ontlenen aan artikel 20 VWEU Pro. De Afdeling oordeelde dat appellante onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat er sprake is van een volledige afhankelijkheidsrelatie die het verblijfsrecht van haar echtgenoot zou rechtvaardigen.
Verder werd geoordeeld dat het onderscheid in de Awir tussen personen met en zonder rechtmatig verblijf een legitiem doel dient en proportioneel is. De medische situatie van appellante rechtvaardigt geen uitzondering. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van toeslagen bevestigd.