ECLI:NL:RBDHA:2018:8072
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening
Eiser, een Iraakse nationaliteit, heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen. Dit besluit is gebaseerd op artikel 30 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 en de Dublinverordening, waarbij Zweden als verantwoordelijke lidstaat is aangewezen.
Eiser stelt dat Zweden zijn eerdere asielaanvraag onterecht heeft afgewezen en dat hij risico loopt op detentie en terugkeer naar Irak, wat een schending van artikel 3 EVRM Pro zou betekenen. Hij verzoekt de Nederlandse overheid de aanvraag aan zich te trekken op grond van artikel 17 Dublinverordening Pro.
De rechtbank oordeelt dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt en dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat Zweden niet aan zijn verplichtingen voldoet. Het persoonlijke relaas en de overgelegde stukken bieden geen voldoende grond om de overdracht aan Zweden onrechtmatig te achten. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.