ECLI:NL:RBDHA:2018:8142
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen overdracht asielaanvraag aan Duitsland op grond van Dublinverordening
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn aanvraag op grond van de Dublinverordening.
De rechtbank oordeelt dat de Duitse autoriteiten het verzoek tot terugname hebben aanvaard, waardoor de aanvraag in Duitsland zal worden behandeld met inachtneming van de Europese asielrichtlijnen. Eiser stelde dat hij in Duitsland geen adequate rechtsbescherming zou genieten vanwege gebrek aan financiële middelen voor rechtsbijstand, maar de rechtbank volgt dit niet omdat de Duitse regeling conform de Procedurerichtlijn is en eiser dit in Duitsland moet aanvechten.
Ten slotte acht de rechtbank de stelling dat toekomstige wijzigingen in de Europese migratiepolitiek de toepassing van de Dublinverordening zouden beïnvloeden niet relevant, omdat de verordening op dit moment onverkort geldt. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.