ECLI:NL:RBDHA:2018:8361
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring beroep tegen naheffingsaanslag BPM voor kampeerauto
Eiser diende een aangifte BPM in voor een kampeerauto, gebaseerd op een koerslijst van een vergelijkbare bestelauto. Verweerder stelde dat de waarde van de kampeerauto zelf onvoldoende was meegenomen en legde een naheffingsaanslag op met gebruik van een forfaitaire afschrijvingstabel. Eiser voerde aan dat het Europees verdedigingsbeginsel was geschonden omdat hij niet voorafgaand aan de naheffingsaanslag was gehoord en dat de heffing discriminerend was in strijd met artikel 110 VWEU Pro.
De rechtbank oordeelde dat het verdedigingsbeginsel alleen geldt bij besluiten binnen het toepassingsgebied van het EU-recht, terwijl BPM een zuiver binnenlandse heffing is. Eiser was voldoende geïnformeerd en in de gelegenheid gesteld te reageren op het voornemen tot naheffing. De rechtbank sloot aan bij eerdere jurisprudentie dat de naheffingsaanslag niet in strijd is met artikel 110 VWEU Pro, omdat wezenlijke verschillen bestaan tussen kampeerauto’s en bestelauto’s zonder recreatieve voorzieningen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees proceskostenveroordeling af. De uitspraak werd gedaan door rechter G.J. Ebbeling op 1 juni 2018.
Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslag BPM voor de kampeerauto wordt ongegrond verklaard.