ECLI:NL:RBDHA:2018:8481
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning wegens niet voldoen aan middelenvereiste ondanks beroep op artikel 13 Besluit 1/80
Eiser, een Turkse nationaliteit dragende echtgenoot, had een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd voor verblijf bij zijn echtgenote. Na intrekking van zijn eerdere vergunning wegens niet voldoen aan het middelenvereiste, diende hij een nieuwe aanvraag in die werd afgewezen omdat hij onvoldoende middelen van bestaan kon aantonen en geen geldig paspoort overlegd had.
Eiser voerde aan dat zijn echtgenote als Turkse werknemer in de zin van Besluit 1/80 vrijgesteld zou moeten zijn van het middelenvereiste op grond van artikel 13 Besluit Pro 1/80, omdat zij de zorg draagt voor kinderen jonger dan vijf jaar en er sprake zou zijn van een nieuwe beperking die niet gerechtvaardigd zou zijn.
De rechtbank oordeelde dat de echtgenote als werknemer met legaal verblijf kan worden aangemerkt en dat eiser zich op artikel 13 Besluit Pro 1/80 kan beroepen. Echter is de strengere middelenvereiste een nieuwe beperking die gerechtvaardigd is door een dwingende reden van algemeen belang, namelijk het gelijk behandelen van vreemdelingen en Nederlanders op het gebied van inkomen. Ook is de behandeling van Turken niet gunstiger dan die van EU-burgers, die niet zijn vrijgesteld van het middelenvereiste.
De rechtbank verwierp het beroep op schending van de hoorplicht omdat het horen niet noodzakelijk was gezien de omstandigheden. Het beroep is ongegrond verklaard en er is geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard vanwege het niet voldoen aan het middelenvereiste en de gerechtvaardigde nieuwe beperking.