ECLI:NL:RVS:2017:1165
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- H.G. Sevenster
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verblijfsvergunning gezinshereniging bij tijdelijke arbeidsongeschiktheid echtgenote
De vreemdeling, van Turkse nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd voor verblijf bij zijn echtgenote, die de Nederlandse en Turkse nationaliteit bezit en tijdelijk volledig arbeidsongeschikt is. De staatssecretaris wees de aanvraag af vanwege onvoldoende middelen van bestaan. De rechtbank oordeelde dat de echtgenote als werknemer in de zin van artikel 13 van Pro Besluit nr. 1/80 kan worden aangemerkt, ook bij tijdelijke arbeidsongeschiktheid, en verklaarde het beroep gegrond.
De staatssecretaris stelde in hoger beroep dat de echtgenote geen werknemer is omdat zij geen reële arbeid verricht, en dat het middelenvereiste niet als zelfstandige afwijzingsgrond geldt. De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat het begrip 'werknemer' ook personen omvat die tijdelijk niet kunnen werken, en dat het arrest Bozkurt niet beperkt moet worden uitgelegd. Tevens is het middelenvereiste wel degelijk een zelfstandige afwijzingsgrond onder artikel 13.
De Afdeling verwierp ook het betoog dat de echtgenote onvoldoende inspanningen heeft verricht om werk te vinden, omdat de juiste beleidsregels niet zijn toegepast. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank bevestigd en de staatssecretaris veroordeeld tot proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.