Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.De tenlastelegging
en/of (in de richting van) het bovenlichaamvan de zich in zijn, verdachte's, nabijheid bevindende [slachtoffer] , terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
en/of (in de richting van) het bovenlichaamvan de zich in zijn, verdachte's, nabijheid bevindende [slachtoffer] ,
3.Bewijsoverwegingen
of omstreeks6 januari 2017 te Oegstgeest ter uitvoering van het door
althans een scherp en/of puntig
, althans éénmaal,heeft gestoken
in de richting van)het bovenlichaamvan de zich in zijn, verdachte
's, nabijheid bevindende S.
Dde [slachtoffer] , terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De strafoplegging
ernstigeinbreuk op de lichamelijke integriteit van het slachtoffer. De rechtbank leidt dit naast het relatief geringe steekletsel in de arm, af uit de laconieke houding van het slachtoffer en de omstandigheid dat hij geen aangifte heeft gedaan. Daarmee is – ondanks dat het bewezenverklaarde misdrijf een misdrijf is waarop een gevangenisstraf van zes jaren of meer is gesteld – het taakstrafverbod van artikel 77ma van het Wetboek van Strafrecht niet van toepassing.
7.De toepasselijke wetsartikelen
8.De beslissing
taakstraf, bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid, voor de tijd van
100 (honderd) UREN;
50 (vijftig) DAGEN.