ECLI:NL:RBDHA:2018:8762
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond op verzoek tot aanhouding asielprocedure Nederland wegens Dublinverordening en arrest C.K.
Eiseres, een Syrische asielzoekster, diende op 26 februari 2018 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder nam deze aanvraag niet in behandeling omdat op grond van de Dublinverordening Slovenië verantwoordelijk werd geacht voor de behandeling. Nederland had Slovenië op 16 maart 2018 verzocht de aanvraag over te nemen, wat uiteindelijk op 3 mei 2018 werd aanvaard.
Eiseres voerde aan dat Nederland het verzoek op grond van artikel 17 van Pro de Dublinverordening aan zich moest trekken, onder meer omdat zij in Slovenië gedetineerd werd, gedwongen vingerafdrukken moest afstaan en medische problemen heeft die bij terugkeer zouden verergeren. Tevens deed zij een beroep op het arrest C.K. van het Hof van Justitie van de EU en stelde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet op Slovenië van toepassing is.
De rechtbank oordeelde dat eiseres onvoldoende onderbouwing leverde voor haar vrees om gedetineerd te worden of zonder medische hulp te komen, en dat zij niet aannemelijk maakte dat Slovenië haar niet de benodigde bescherming kan bieden. Ook voldeed zij niet aan de strenge toets uit het arrest C.K. om Nederland het verzoek tot aanhouding van de procedure te laten overnemen. De intentie van eiseres om in Nederland asiel aan te vragen en gezinshereniging te zoeken, rechtvaardigt geen aanhouding. Een nieuw aangevoerde bedreiging wegens getuigenis in mensenhandel werd niet onderbouwd.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en wees zij een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek om aanhouding van de asielprocedure af.