ECLI:NL:RBDHA:2018:8848
Rechtbank Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen bewaartermijn DNA-profiel na late afname
Veroordeelde werd op 20 december 2010 door de politierechter veroordeeld voor zware mishandeling met een voorwaardelijke gevangenisstraf en taakstraf. Acht jaar later, in februari 2018, gaf het openbaar ministerie een bevel tot afname van DNA, waarna op 28 maart 2018 het DNA-profiel werd afgenomen. Veroordeelde diende tijdig een bezwaar in tegen de bepaling en verwerking van zijn DNA-profiel, met name tegen de ingangsdatum van de bewaartermijn.
De rechtbank behandelde het bezwaar op 10 juli 2018 en hoorde veroordeelde. De officier van justitie concludeerde tot ongegrondverklaring. Veroordeelde stelde dat hij geen nadeel mocht ondervinden van de late afname en dat de bewaartermijn van 30 jaar vanaf de uitspraak van de politierechter zou moeten lopen.
De rechtbank overwoog dat volgens de Hoge Raad (ECLI:NL:HR:2016:2073) de bewaartermijn van DNA-profielen begint te lopen bij de einduitspraak en niet bij het moment van het bevel tot afname. Dit betekent dat de bewaartermijn in dit geval al op 20 december 2010 is gestart. Omdat dit reeds volgt uit de wet, ontbrak het veroordeelde aan procesbelang en werd zijn bezwaar niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de ingangsdatum van de bewaartermijn van het DNA-profiel is niet-ontvankelijk verklaard.