Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de voorzieningenrechter van 25 juli 2018 in de zaak tussen
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
VK
Rechtbank Den Haag
Verzoeker, een Turkse zelfstandige ondernemer, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning met als doel arbeid als zelfstandige. Deze aanvraag werd op 18 april 2018 afgewezen omdat verzoeker niet voldeed aan het documentatievereiste, met name het ontbreken van een ondernemingsplan.
Verzoeker maakte bezwaar en vroeg om een voorlopige voorziening om zijn uitzetting te voorkomen totdat op het bezwaar was beslist. Tijdens de zitting over deze voorlopige voorziening overhandigde verzoeker aanvullende stukken, waaronder een aangepast ondernemingsplan en financiële documenten.
De staatssecretaris voerde aan dat de stukken onvoldoende waren om het advies aan de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) te rechtvaardigen, met name vanwege het ontbreken van een gedegen markt- en concurrentieanalyse en onvoldoende onderbouwing van kennis en ervaring.
De voorzieningenrechter oordeelde dat verzoeker wel een spoedeisend belang had, maar dat het bezwaar geen redelijke kans van slagen had vanwege de gebreken in het ondernemingsplan. De rechtbank wees het verzoek om voorlopige voorziening af en gaf verzoeker de mogelijkheid om door te procederen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing van het ondernemingsplan.