De rechtbank Den Haag behandelde een verzoek van de moeder met betrekking tot de zorgregeling en opvoedingstaken van twee minderjarige kinderen. Eerder was de zaak aangehouden om mediation te bevorderen. Tijdens de zitting op 4 juli 2018 trok de moeder haar verzoeken over reguliere zorgregeling en hobby’s/sport in, zodat hierover niet werd beslist.
De rechtbank oordeelde dat de moeder onvoldoende noodzaak had aangetoond voor wijziging van de vakanties en feestdagenverdeling en wees dit verzoek af. Over de behandeling van de kinderen door een kinderpsycholoog maakten de ouders afspraken waarbij zij overeenkwamen dat de kinderen onderzocht en indien nodig behandeld zouden worden. De rechtbank vond dat de moeder geen belang meer had bij haar verzoek om vervangende toestemming en wees dit af.
De rechtbank wees ook het verzoek af dat de moeder een informatieplicht zou krijgen over de voortgang van de behandeling, omdat de psycholoog beide ouders op de hoogte moet houden. Ten aanzien van proceskosten wees de rechtbank het verzoek van de vader af om de moeder te veroordelen en bepaalde dat iedere partij de eigen kosten draagt. De rechtbank benadrukte het belang van een hulpverleningstraject om de communicatie en verstandhouding tussen de ouders te verbeteren.