ECLI:NL:RBDHA:2018:9321
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiseres, van Iraakse nationaliteit, diende op 7 februari 2018 een asielaanvraag in. Verweerder nam deze aanvraag niet in behandeling omdat Duitsland op grond van de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling. Dit volgde uit het feit dat eiseres eerder een geldig Schengenvisum van Duitsland had ontvangen.
Eiseres stelde dat verweerder Duitsland had moeten informeren over de aanwezigheid van haar meerderjarige zoon en nicht in Nederland en dat zij afhankelijk was van haar zoon vanwege medische problemen. De rechtbank oordeelde dat de aanwezigheid van haar zoon en nicht niet relevant was omdat zij niet tot haar gezin behoren en dat eiseres onvoldoende bewijs had geleverd van de gestelde afhankelijkheid op grond van artikel 16 van Pro de Dublinverordening.
De medische klachten van eiseres, waaronder hoge bloeddruk, suikerziekte en eerdere hartproblemen, werden niet als voldoende bewijs van ernstige ziekte of handicap gezien. Ook het feit dat eiseres bij haar zoon verbleef en praktische zorg ontving, leidde niet tot het aannemen van afhankelijkheid. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen het besluit om haar asielaanvraag niet in behandeling te nemen wordt ongegrond verklaard.