Op 14 oktober 2016 sloot eiseres een overeenkomst met het incassobedrijf IVB om een bedrag te incasseren bij haar voormalige echtgenoot. IVB diende een dagvaarding in, maar bracht deze niet aan bij het kantongerecht Leiden. Eiseres stelde dat IVB haar niet tijdig en duidelijk had gewaarschuwd voor de gevolgen van niet-betaling van het griffierecht, waardoor de dagvaarding niet werd aangebracht.
De rechtbank oordeelde dat IVB tekort was geschoten in de nakoming van de overeenkomst door de dagvaarding niet tijdig aan te brengen en onvoldoende te waarschuwen. Hierdoor ontstond zekerheid dat de vordering niet behandeld zou worden. Eiseres mocht daarom de door haar betaalde bedragen terugvorderen, maar de gevorderde immateriële schade werd afgewezen.
IVB vorderde in reconventie betaling van openstaande facturen en vergoeding van proceskosten wegens vermeend misbruik van procesrecht door eiseres. De rechtbank wees deze vorderingen af, omdat IVB zelf onnodige kosten had gemaakt door de procedure verkeerd aan te brengen en de vordering niet kansloos was.
De rechtbank veroordeelde IVB tot betaling van € 907,66 plus wettelijke rente en in de proceskosten. De overige vorderingen werden afgewezen. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.