Eiser verzocht het college van burgemeester en wethouders van Teylingen om zijn en zijn minderjarige kinderen nationaliteit in de Basisregistratie Personen (BRP) te wijzigen in 'staatloos'. Dit verzoek werd bij primair besluit en bezwaar afgewezen omdat de staatloosheid niet met absolute zekerheid kon worden vastgesteld. De Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) concludeerde dat de nationaliteit onbekend is, maar niet dat eiser staatloos is.
Eiser voerde aan dat hij vanwege zijn vluchtelingenstatus niet over de benodigde documenten beschikt en dat de UNRWA-kaart en andere documenten zijn staatloosheid ondersteunen. De rechtbank oordeelde dat de BRP alleen gegevens mag bevatten die met juiste brondocumenten zijn aangetoond. Kopieën van documenten en verklaringen van UNRWA zijn onvoldoende om staatloosheid vast te stellen.
De rechtbank constateerde een motiverings- en zorgvuldigheidsgebrek in het primaire besluit, maar dit werd hersteld in het aanvullend besluit. De rechtbank volgde de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak dat de weigering staatloosheid vast te stellen geen schending van het recht op identiteit of familieleven oplevert. Het beroep werd ongegrond verklaard en verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.