ECLI:NL:RBDHA:2018:9602
Rechtbank Den Haag
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen voorzitter meervoudige strafkamer wegens niet beantwoorde niet-zaaksgerelateerde vragen
Verzoeker heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen de voorzitter van de meervoudige strafkamer in een strafzaak waarin hij verdachte is. Het verzoek betrof het niet beantwoorden van door verzoeker gestelde vragen die niet aan de zaak gerelateerd waren. De voorzitter had geweigerd deze vragen te beantwoorden, wat verzoeker interpreteerde als een gebrek aan openheid van zaken.
De wrakingskamer heeft het verzoek beoordeeld en geoordeeld dat een rechter niet verplicht is om niet-zaaksgerelateerde vragen te beantwoorden. Het niet beantwoorden van dergelijke vragen leidt niet tot de objectief gerechtvaardigde schijn van partijdigheid jegens verzoeker. Daarom is het wrakingsverzoek afgewezen.
Daarnaast is vastgesteld dat verzoeker eerder op dezelfde grond een wrakingsverzoek had ingediend. Om misbruik van het wrakingsinstituut en vertraging van de hoofdzaak te voorkomen, is een wrakingsverbod opgelegd voor toekomstige verzoeken op dezelfde grond.
De procedure verliep via een mondelinge behandeling waarbij verzoeker schriftelijk afstand deed van zijn recht om te verschijnen. De beslissing is openbaar uitgesproken op 30 juli 2018 en er staat geen rechtsmiddel tegen open.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de voorzitter is afgewezen en een wrakingsverbod voor toekomstige verzoeken op dezelfde grond is opgelegd.