Eiseres I, een Congolese vrouw die sinds 2004 in Nederland verbleef en diverse verblijfsaanvragen onherroepelijk zag worden afgewezen, is met haar in Nederland geboren minderjarige kinderen uitgezet naar Congo. De kinderen zijn erkend door een Nederlandse referent, die echter geen duurzame gezinsband met hen heeft kunnen aantonen. De rechtbank oordeelt dat de feitelijke invulling van het gezinsleven tussen de kinderen en de referent onvoldoende is aangetoond, ondanks diverse verklaringen en bewijsstukken.
De rechtbank stelt vast dat eiseres I geen duurzame relatie met de referent heeft en dat de verklaringen over contact en omgang met de kinderen inconsistent zijn. Ook de overgelegde verklaringen van derden en foto’s van kinderspullen bieden onvoldoende bewijs voor een intensief gezinsleven. Daarnaast wordt het beroep op het recht op privéleven afgewezen, omdat het verblijf van eiseressen in Nederland illegaal was en zij relatief kort in Nederland verbleven. De belangenafweging tussen het persoonlijke belang en het Nederlandse migratiebeleid valt in het nadeel van eiseressen uit.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af, waarmee de uitzetting niet wordt opgeschort. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.