ECLI:NL:RBDHA:2018:9624
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens vrees voor gedwongen uithuwelijking en vrouwenbesnijdenis in Benin
Eiseres, afkomstig uit Benin, vreesde gedwongen uithuwelijking en vrouwenbesnijdenis (FGM) voor zichzelf en haar minderjarige dochter. Na een afwijzing van haar asielaanvraag door de Immigratie- en Naturalisatiedienst, stelde zij beroep in bij de rechtbank. De rechtbank overwoog dat hoewel de praktijken van gedwongen uithuwelijking en FGM in Benin nog frequent voorkomen, de autoriteiten in het algemeen bescherming kunnen bieden, zoals blijkt uit wettelijke verboden en bewustwordingscampagnes.
Eiseres had zich tot de lokale gendarmes gewend, die haar echter na betaling van geld terugstuurden naar haar familie. De rechtbank vond dit onvoldoende om te concluderen dat bescherming onbereikbaar is, mede omdat eiseres niet heeft geprobeerd hogere autoriteiten te benaderen. De rechtbank stelde vast dat de aanvullende zienswijze van eiseres onterecht niet was betrokken bij het besluit, waardoor het beroep gegrond werd verklaard en het besluit werd vernietigd.
Desondanks liet de rechtbank de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit geheel in stand, omdat verweerder terecht oordeelde dat bescherming in Benin mogelijk is. De rechtbank veroordeelde verweerder tot betaling van de proceskosten van eiseres.
Uitkomst: Beroep gegrond verklaard en besluit vernietigd, maar rechtsgevolgen blijven in stand; proceskosten opgelegd aan verweerder.