ECLI:NL:RVS:2008:BD9606
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- T.M.A. Claessens
- R. van der Spoel
- Rechtspraak.nl
Geen relevante wijziging van recht inzake bescherming vreemdeling in land van herkomst
De zaak betreft het hoger beroep van de staatssecretaris van Justitie tegen een uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage die een eerdere afwijzing van een verblijfsvergunning asiel door de staatssecretaris vernietigde. De rechtbank had geoordeeld dat artikel 7, tweede lid, van de Definitierichtlijn een relevante wijziging van het recht inhoudt omdat het een nieuw toetsingscriterium introduceert voor het bestaan van een doeltreffend juridisch systeem in het land van herkomst.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelt echter dat deze bepaling geen nieuw recht bevat en geen zelfstandig criterium vormt dat altijd ontkennend moet worden beantwoord als een doeltreffend juridisch systeem ontbreekt. De jurisprudentie bevestigt dat eerst moet worden onderzocht of in het land van herkomst in het algemeen bescherming wordt geboden, waarbij informatie uit ambtsberichten en internationale rapporten wordt betrokken. Pas daarna kan worden beoordeeld of de vreemdeling aannemelijk heeft gemaakt dat het vragen van bescherming gevaarlijk of zinloos is.
Omdat de vreemdeling geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden heeft aangevoerd en er geen relevante wijziging van het recht is, is er geen plaats voor rechterlijke toetsing van het besluit van 6 maart 2007. Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.
Daarnaast verklaart de Afdeling het beroep tegen het niet tijdig nemen van een nieuw besluit niet-ontvankelijk wegens gebrek aan procesbelang, maar veroordeelt de staatssecretaris tot vergoeding van proceskosten wegens het uitblijven van een tijdige beslissing.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.