ECLI:NL:RBDHA:2018:9974
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardig geloofsverhaal over lidmaatschap kerk in China
Eiser, een Chinese nationaliteit, diende een asielaanvraag in Nederland in, stellende dat hij lid was van een kerk die in China vervolgd wordt. Hij gaf aan dat hij in 2014 bekeerd was en actief was binnen de kerk, maar verweerder achtte zijn geloofsverhaal ongeloofwaardig vanwege onduidelijkheden over zijn bekering en kennis van de leer.
Tijdens de zitting werd onder meer een getuige van de kerk gehoord en werd vastgesteld dat eiser onvoldoende concreet kon uitleggen waarom hij pas in 2014 bekeerd was, terwijl hij in een kerkelijk gezin was opgegroeid. Ook ontbrak een afweging van de risico’s van zijn geloofskeuze. Verweerder baseerde zich op ambtsberichten en rapporten die wezen op specifieke geloofsinhouden die eiser niet kon bevestigen.
De rechtbank oordeelde dat verweerder zorgvuldig had gehandeld en dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij daadwerkelijk lid was van de kerk of dat hij in China gezocht werd. Het beroep werd ongegrond verklaard en de asielaanvraag afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard wegens ongeloofwaardigheid van het geloofsverhaal.