ECLI:NL:RVS:2018:3082
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling in hoger beroep verblijfsvergunning asiel
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris op 7 maart 2018 werd afgewezen. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, dat op 13 augustus 2018 ongegrond werd verklaard. Vervolgens stelde hij hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft het verzoek om een voorlopige voorziening beoordeeld. Gezien de omstandigheden en eerdere jurisprudentie (ECLI:NL:RVS:2016:3350) werd het verzoek gegrond verklaard. De vreemdeling mag niet worden uitgezet voordat op het hoger beroep is beslist en behoudt gedurende deze periode recht op opvang en verstrekkingen.
Daarnaast werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van € 501,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De uitspraak werd gedaan op 19 september 2018 door voorzieningenrechter G. van der Wiel.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en krijgt recht op opvang en verstrekkingen.