ECLI:NL:RBDHA:2019:10052
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag zelfstandige asielvergunning wegens ongeloofwaardige illegale uitreis uit Eritrea
Eiseres, een Eritrese vrouw, diende een aanvraag in voor een zelfstandige verblijfsvergunning asiel, stellende dat zij samen met haar minderjarige dochter illegaal Eritrea had verlaten met hulp van een familielid en twee militairen die waren gedeserteerd.
De staatssecretaris wees de aanvraag af wegens tegenstrijdige en ongeloofwaardige verklaringen over de illegale uitreis. De rechtbank bevestigt dit oordeel en overweegt dat eiseres meerdere inconsistenties vertoonde in haar verklaringen, zoals de identiteit van het familielid dat hielp bij de uitreis en de omstandigheden van de reis zelf.
Ook acht de rechtbank het onwaarschijnlijk dat de militairen tijd hadden voor een rouwceremonie tijdens hun vlucht en dat eiseres met haar zwakke gezondheid bewust voor een illegale uitreis koos terwijl een legale mogelijkheid bestond.
Verder strookten haar verklaringen niet met e-mailcorrespondentie van Vluchtelingenwerk Nederland over de locatie van haar dochter tijdens de reis. De rechtbank concludeert dat eiseres onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij Eritrea illegaal heeft verlaten en verklaart het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de aanvraag voor een zelfstandige verblijfsvergunning asiel wordt afgewezen.