ECLI:NL:RVS:2019:833
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- J.A.W. Scholten-Hinloopen
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens ongeloofwaardige illegale uitreis Eritrea
De vreemdeling uit Eritrea had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, die door de staatssecretaris werd afgewezen wegens ongeloofwaardigheid van het asielrelaas, met name over de illegale uitreis uit Eritrea en het ontduiken van de militaire dienstplicht.
De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris onvoldoende had gemotiveerd dat de vreemdeling Eritrea niet illegaal had verlaten, en vernietigde het besluit. De staatssecretaris ging in hoger beroep en voerde aan dat de rechtbank het arrest van het EHRM in de zaak M.O. tegen Zwitserland verkeerd had toegepast, en dat de ongeloofwaardigheid van het relaas over de militaire dienstplicht ook de geloofwaardigheid van de illegale uitreis aantast.
De Afdeling bestuursrechtspraak concludeert dat de rechtbank ten onrechte niet heeft meegewogen dat de ongeloofwaardigheid van het asielrelaas ook de geloofwaardigheid van de illegale uitreis beïnvloedt. Daarnaast oordeelt de Afdeling dat de verklaringen over de reisroute tegenstrijdig zijn en dat eerdere nareisaanvragen geen bewijs leveren dat de vreemdeling niet legaal kon uitreizen. Het UNHCR-document ondersteunt niet de stelling van illegale uitreis. De Afdeling verklaart het hoger beroep gegrond, vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep van de vreemdeling ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning wordt bevestigd.