ECLI:NL:RBDHA:2019:10096
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen weigering asielaanvraag op grond van Dublinverordening en Tarakhel-criteria
Eiseres, een zwangere vrouw met de Nigeriaanse nationaliteit, heeft op 16 maart 2019 een asielaanvraag ingediend in Nederland. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft deze aanvraag niet in behandeling genomen omdat op grond van de Dublinverordening Italië verantwoordelijk is voor de behandeling van haar asielverzoek. Eiseres betwist dit en voert aan dat de opvang en asielprocedure in Italië ontoereikend zijn, met name voor kwetsbare groepen zoals zijzelf en haar ongeboren kind, en beroept zich op het Tarakhel-arrest.
De rechtbank overweegt dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt ten opzichte van Italië en dat eiseres onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij in Italië een reëel risico loopt op onmenselijke of vernederende behandeling. De rechtbank baseert zich hierbij op recente uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en diverse rapporten die geen wezenlijk ander beeld schetsen dan eerder beoordeeld.
Daarnaast oordeelt de rechtbank dat er geen aanvullende garanties nodig zijn voor zwangere vrouwen of vrouwen met zuigelingen zoals bedoeld in het Tarakhel-arrest, omdat de situatie in Italië sinds dat arrest is verbeterd. Ook de aangifte van mensenhandel door eiseres heeft geen invloed op de vaststelling van de verantwoordelijke lidstaat. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard omdat Italië verantwoordelijk is en er geen Tarakhel-situatie is.