ECLI:NL:RVS:2018:4131
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- H.G. Lubberdink
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening en Italiaanse opvang
De staatssecretaris nam een asielaanvraag van een vreemdeling niet in behandeling omdat Italië volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de inhoudelijke behandeling. De vreemdeling stelde dat een Italiaans wetsdecreet van september 2018 het interstatelijk vertrouwensbeginsel ondermijnt, omdat het de toegang tot bepaalde opvanglocaties beperkt, wat de opvang van kwetsbare asielzoekers zou verslechteren.
De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris onvoldoende had gemotiveerd dat er geen ernstige structurele tekortkomingen in de Italiaanse opvang zijn en vernietigde het besluit. De staatssecretaris ging in hoger beroep en stelde dat het decreet niet tot sluiting van opvanglocaties leidt en dat de opvang van kwetsbare personen gewaarborgd blijft, mede door de toepassing van artikel 32 van Pro de Dublinverordening.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het decreet inderdaad veranderingen brengt, maar niet leidt tot een zodanige verslechtering dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet langer geldt. Ook is niet aannemelijk gemaakt dat de opvang in Italië strijdig is met artikel 3 EVRM Pro. Het hoger beroep is gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.