ECLI:NL:RBDHA:2019:10477
Rechtbank Den Haag
- Mondelinge uitspraak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen buiten behandeling laten aanvraag verblijfsvergunning medische behandeling
Eiser heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd ten behoeve van medische behandeling in Nederland. Verweerder liet deze aanvraag buiten behandeling omdat eiser, ondanks herhaalde verzoeken, niet de benodigde medische informatie heeft verstrekt die noodzakelijk is voor een advies van het Bureau Medische Advisering (BMA).
Eiser voerde aan dat hij afhankelijk was van een weigerachtige behandelaar, maar de rechtbank oordeelde dat het de verantwoordelijkheid van eiser is om voldoende medische gegevens te overleggen. De medische informatie die in bezwaar alsnog werd overgelegd, kon het besluit niet rechtvaardigen om de aanvraag alsnog inhoudelijk te behandelen.
De rechtbank verwees naar vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en stelde vast dat het terugkeerbesluit uit 2015 nog steeds van kracht is, waardoor schending van artikel 3 EVRM Pro bij gedwongen terugkeer niet aan de orde is. De stelling dat eiser suïcidaal is, moet worden betrokken bij een eventuele nieuwe aanvraag. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het buiten behandeling laten van de aanvraag verblijfsvergunning medische behandeling is ongegrond verklaard.