Eiser, een Iraakse nationaliteithebbende, verzocht om een verblijfsdocument als familielid van een gemeenschapsonderdaan, zijn Poolse partner (referente). De aanvraag werd afgewezen door verweerder wegens vermoedens van een schijnrelatie. Dit vermoeden werd onderzocht via een hoorzitting waarbij zowel eiser als referente aanwezig waren.
Tijdens de hoorzitting werden tegenstrijdigheden en vaagheden in hun verklaringen over essentiële aspecten van hun relatie vastgesteld, zoals ontmoeting, verloving, samenwonen en geloofsovertuiging. Ondanks confrontatie konden deze tegenstrijdigheden niet worden weggenomen. Verweerder concludeerde daarom terecht dat er geen duurzame relatie was.
Eiser voerde aan dat gelijkluidende verklaringen onvoldoende werden meegewogen en dat het tijdsverloop een rol speelde, maar de rechtbank oordeelde dat juist de tegenstrijdigheden zwaarder wogen. Ook nieuw overgelegde stukken in beroep, zoals bankafschriften en foto’s, konden het oordeel niet veranderen.
Ten slotte werd geoordeeld dat het afzien van een hoorzitting in bezwaar gerechtvaardigd was gezien de omstandigheden. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.