ECLI:NL:RVS:2016:3081
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- A.B.M. Hent
- C.M. Wissels
- Rechtspraak.nl
Vaststelling rechtmatig verblijf gemeenschapsonderdaan na afwijzing verblijfsdocument
De staatssecretaris wees op 10 december 2014 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsdocument als gemeenschapsonderdaan af. Na bezwaar werd dit besluit op 17 maart 2015 gehandhaafd. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, waarna de staatssecretaris hoger beroep instelde bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat de staatssecretaris terecht een nader onderzoek instelde naar mogelijk misbruik, gelet op concrete aanwijzingen zoals afwijkingen in de relatieverklaring en het leeftijdsverschil tussen de vreemdeling en de referente. De rechtbank had dit onvoldoende onderkend. Daarnaast faalden de bezwaren over vermeende vooringenomenheid, onzorgvuldigheid van het gehoor en schijnrelatie omdat deze niet voldoende waren onderbouwd.
Uiteindelijk verklaarde de Afdeling het hoger beroep gegrond, vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond, waarmee het besluit van de staatssecretaris tot afwijzing van het verblijfsdocument stand hield.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van het verblijfsdocument wordt bevestigd.