ECLI:NL:RBDHA:2019:10673
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen vluchtaanzegging geen besluit in vreemdelingenrecht
Verzoeker, een vreemdeling van Libanese nationaliteit, werd bij brief van 18 september 2019 geïnformeerd dat hij op 1 oktober 2019 naar Frankrijk zou uitreizen. Hij maakte bezwaar tegen deze vluchtaanzegging en verzocht om een voorlopige voorziening om uitzetting te voorkomen.
De voorzieningenrechter overwoog dat de brief van 18 september 2019 geen besluit is in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), noch een beschikking als bedoeld in artikel 72, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000. Het betreft slechts een uitnodiging om te vertrekken, zonder mogelijkheid tot dwang door verweerder.
Verzoekers zorg dat weigering tot vertrek leidt tot inbewaringstelling is geen rechtstreeks gevolg van de brief en de voorzieningenrechter achtte het bezwaar daarom kansloos. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd dan ook afgewezen. Tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de vluchtaanzegging wordt afgewezen omdat deze geen besluit is in de zin van de Awb.