Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 30 september 2019 in de zaken tussen
[eiseres] , gevestigd te [vestigingsplaats] , eiseres
de inspecteur van de Belastingdienst, verweerder.
Procesverloop
- een naheffingsaanslag over het tijdvak 1 januari 2014 tot en met 31 december 2016 ten bedrage van € 9.378. Tevens is bij beschikking € 752 aan belastingrente in rekening gebracht en een vergrijpboete van € 2.344 opgelegd (SGR 19/225);
- een naheffingsaanslag over het tijdvak 1 januari 2017 tot en met 31 december 2017 ten bedrage van € 5.516. Tevens is bij beschikking een vergrijpboete van € 1.379 opgelegd (SGR19/227).
- een naheffingsaanslag over het tijdvak 1 januari 2014 tot en met 31 december 2014 ten bedrage van € 8.280. Tevens is bij beschikking € 1.087 aan belastingrente in rekening gebracht en een vergrijpboete van € 2.070 opgelegd (SGR 19/270);
- een naheffingsaanslag over het tijdvak 1 januari 2015 tot en met 31 december 2015 ten bedrage van € 14.006. Tevens is bij beschikking € 1.279 aan belastingrente in rekening gebracht en een vergrijpboete van € 3.501 opgelegd (SGR 19/271);
- een naheffingsaanslag over het tijdvak 1 januari 2016 tot en met 31 december 2016 ten bedrage van € 13.562. Tevens is bij beschikking € 696 aan belastingrente in rekening gebracht en een vergrijpboete van € 3.390 opgelegd (SGR 19/272);
- een naheffingsaanslag over het tijdvak 1 januari 2017 tot en met 31 december 2017 ten bedrage van € 48.485. Tevens is bij beschikking € 549 aan belastingrente in rekening gebracht en een vergrijpboete van € 12.121 opgelegd (SGR 19/273).
Overwegingen
4.3.2 Beoordeling
20 december 2011, nr. BLBK2011/2560M (Besluit) is - met ingang van 1 juli 2011 - evenwel goedgekeurd dat de wegens privégebruik verschuldigde omzetbelasting wordt vastgesteld op 2,7% van de catalogusprijs van de desbetreffende auto. Die goedkeuring geldt voor de situatie dat uit de administratie van de ondernemer niet blijkt in hoeverre de auto voor privédoeleinden is gebruikt en/of welke kosten hieraan zijn toe te rekenen. Het besluit is - met voor zover van belang dezelfde inhoud - met ingang van 1 juli 2011 vervangen door het Besluit van 11 juli 2012, nr. BLKB 2012/639M, Stcrt. 2012, 14822.