Eiseres heeft een WIA-uitkering met terugwerkende kracht ontvangen over de periode van 1 juli 2015 tot en met 30 april 2018. Het UWV heeft vastgesteld dat er een bedrag van €5.803,80 bruto te veel is betaald en dit bedrag teruggevorderd. Eiseres maakte bezwaar tegen de terugvordering en voerde aan dat de berekening onduidelijk was en dat het bedrag netto had moeten worden teruggevorderd.
De rechtbank overweegt dat het UWV zich houdt aan een beleidsregel waarin terugvordering van bruto-uitkeringen het uitgangspunt is, en dat de door eiseres genoemde uitspraken van de Centrale Raad van Beroep niet van toepassing zijn op deze situatie. De berekening van het teruggevorderde bedrag is volgens de rechtbank voldoende helder en het verschil in afronding is verwaarloosbaar.
Hoewel het UWV een fout heeft gemaakt bij de berekening, is er geen sprake van dringende redenen om af te zien van terugvordering. Eiseres heeft geen onaanvaardbare sociale of financiële gevolgen aangetoond. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst een proceskostenveroordeling af.