ECLI:NL:CRVB:2008:BG3968
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- H.G. Rottier
- B.M. van Dun
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening en terugvordering WW- en TW-uitkering wegens werkzaamheden als zelfstandige
Appellant ontving vanaf eind 2004 een WW-uitkering met toeslag op grond van de TW. Vanaf 1 april 2005 was hij echter als zelfstandige actief zonder dit op zijn werkbriefjes te vermelden, wat leidde tot een schending van de inlichtingenplicht. Het Uwv herzag en trok de uitkeringen per die datum in en vorderde onverschuldigde betalingen terug, inclusief een boete.
De rechtbank vernietigde de boete wegens gebrek aan verwijtbaarheid, maar verklaarde het beroep tegen de herziening en terugvordering ongegrond. Appellant voerde aan dat hij het Uwv vooraf had geïnformeerd en dat onjuiste voorlichting hem belemmerde, en verzocht om afzien van terugvordering wegens zijn financiële situatie.
De Raad oordeelde dat appellant het werknemerschap vanaf 1 april 2005 volledig had verloren en dat het niet melden op werkbriefjes een schending van de informatieplicht was. Het enkele feit van een eerdere melding aan het re-integratiebureau was onvoldoende. De Raad verwierp het beroep en bevestigde de uitspraak van de rechtbank, waarbij rekening werd gehouden met de nihil aflossingscapaciteit van appellant.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de herziening en terugvordering van de WW- en TW-uitkering worden bevestigd.