ECLI:NL:RBDHA:2019:10954
Rechtbank Den Haag
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek rechter wegens gebrek aan gegronde partijdigheidsvrees
Verzoekers hebben een wrakingsverzoek ingediend tegen de rechter in een civiele procedure, omdat zij vreesden voor een gebrek aan onpartijdigheid. Deze vrees was gebaseerd op procedurele beslissingen van de rechter, waaronder het niet toestaan van een antwoordakte en het maken van een opmerking over het al dan niet instellen van hoger beroep.
De wrakingskamer heeft het verzoek beoordeeld en geoordeeld dat procedurele beslissingen van een rechter op zichzelf geen grond vormen voor wraking, tenzij deze zo onjuist of onbegrijpelijk zijn dat ze alleen door vooringenomenheid kunnen worden verklaard. Dit hoge criterium werd niet gehaald.
Ook de opmerking van de rechter over het hoger beroep kon volgens de wrakingskamer niet leiden tot een gegronde vrees voor partijdigheid. Het verzoek is daarom afgewezen en de procedure wordt voortgezet zoals die was ten tijde van het wrakingsverzoek.
De beslissing is genomen door de meervoudige wrakingskamer van de Rechtbank Den Haag en is onherroepelijk.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter is afgewezen wegens het ontbreken van gegronde aanwijzingen voor partijdigheid.