Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.Ontvankelijkheid van het openbaar ministerie in de vervolging voor feit 3
4.Bewijsoverwegingen
(de rechtbank begrijpt: gemeente Binnenmaas). [7] Vervolgens werd door de politie een onderzoek ingesteld op deze locatie en met behulp van een speurhond getraind in menselijke ontbindingsgeur werd omstreeks 19:30 uur een stoffelijk overschot aangetroffen in een oppervlakkige grafkuil onder een omgevallen boom. Het stoffelijk overschot vertoonde ontbindingsverschijnselen van de weke delen. [8]
(de rechtbank begrijpt: [echtgenoot slachtoffer] , de echtgenoot van [slachtoffer] , die in verpleeghuis [verpleeghuis] in Den Haag verblijft)een probleem had, omdat hij het geld niet kon teruggeven. Die middag was [slachtoffer] op de heenweg niet over het geld begonnen en de verdachte dacht dat zij er op de terugweg over zou gaan beginnen. [11]
(de rechtbank begrijpt: in het opbergvak in het portier). De verdachte wist zeker dat als hij die tie-wrap zou gebruiken om [slachtoffer] te verwurgen, dat het onomkeerbaar zou zijn. De verdachte heeft verklaard dat hij daarop tegen [slachtoffer] zei dat haar autogordel niet goed zat en zij draaide daarop haar hoofd de andere kant op. Op dat moment heeft de verdachte de tie-wrap over haar hoofd gedaan en deze aangetrokken. Na twee minuten voelde hij het lichaam van [slachtoffer] verslappen. [slachtoffer] bleef naar haar portier kijken en de verdachte trok de tie-wrap nog meer aan. [slachtoffer] kwam vervolgens met haar hoofd op zijn schoot terecht. De verdachte heeft het lichaam van [slachtoffer] vervolgens van de bijrijdersstoel zo ver mogelijk onder het dashboard geduwd met haar hoofd naar beneden, zodat zij zoveel mogelijk naar beneden lag en heeft haar daarna bedekt met een plaid. [14]
.Hij had daarbij de afweging gemaakt of hij het zou laten aankomen op een ruzie over de € 40.000,- of dat hij zijn moeder zou doden en hij koos voor het laatste. Vervolgens verstreek er enige tijd tussen dit genomen besluit en de uitvoering. Die tijd gebruikte de verdachte niet voor herbezinning, maar voor het nadenken over het feit dat het doden moest gebeuren voordat zij met de auto weg zouden rijden en voor het nadenken over de wijze waarop het doden moest gebeuren, bijvoorbeeld met zijn blote handen of met de sjaal die [slachtoffer] droeg. Nadat de verdachte zijn moeder in de auto had geholpen, waarvoor hij uitgebreid de tijd nam, en zelf was ingestapt, zag hij een tie-wrap in het opbergvak van het portier liggen, waarop hij besloot dat hij [slachtoffer] daarmee zou gaan doden. Vóór de uitvoering van zijn voorgenomen besluit om [slachtoffer] met de tie-wrap om het leven te brengen, heeft de verdachte er zich nog van vergewist dat er geen ooggetuigen meer in de buurt zouden zijn en heeft daarom nog tijd gerekt. Uiteindelijk ging hij over tot de uitvoering van zijn voorgenomen besluit.
deverdachte met dat opzet en na kalm beraad en rustig overleg een
tie-wrapom de hals en de nek van die [slachtoffer] gedaan en die
tie-wrapom die hals/nek strak aangetrokken en aangetrokken heeft gehouden, waardoor de hals van die [slachtoffer] werd dichtgedrukt en waardoor die [slachtoffer] (enige tijd) geen adem kon halen, ten gevolge waarvan die [slachtoffer] is overleden;
enweggevoerd, met het oogmerk het feit te verhelen door
deverdachte voor die [slachtoffer] van haar bankrekeningen had opgenomen, en
deverdachte anders dan door misdrijf onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend.
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De strafoplegging
7.De vorderingen van de benadeelde partijen en de schadevergoedingsmaatregel
8.De in beslag genomen goederen
9.De toepasselijke wetsartikelen
10.De beslissing
14 (VEERTIEN) jaren;
terbeschikkingstellingvan de verdachte;
van overheidswege zal worden verpleegd;
€ 4.600,81, vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf
€ 4.600,81vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 16 november 2018 tot aan de dag van de algehele voldoening, ten behoeve van het slachtoffer [naam ] ;
56 dagen;
€ 46.751,05, vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente voor het bedrag van € 40.000,- vanaf 29 september 2018 tot aan de dag van de algehele voldoening en voor een bedrag van € 6.751,05 vanaf 16 november 2018 tot aan de dag van de algehele voldoening;
€ 46.751,05vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente voor het bedrag van € 40.000,- vanaf 29 september 2018 tot aan de dag van de algehele voldoening en voor een bedrag van € 6.751,05 vanaf 16 november 2018 tot aan de dag van de algehele voldoening, ten behoeve van ‘erfgenamen in de nalatenschap van wijlen mevrouw [slachtoffer] ’;
268 dagen;