ECLI:NL:RBDHA:2019:11222
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen weigering asielaanvraag op grond van Dublinverordening en interstatelijk vertrouwensbeginsel afgewezen
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Italië volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling. De rechtbank heeft het beroep behandeld samen met een vergelijkbare zaak en heeft geoordeeld dat het besluit terecht is genomen.
Eiser voerde aan dat hij vanwege medische kwetsbaarheid aanvullende garanties van Italië nodig heeft voor adequate opvang en zorg. De rechtbank oordeelde echter dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij zonder deze garanties in Italië geen adequate zorg kan krijgen. Bovendien heeft de staatssecretaris toegezegd relevante medische informatie uit te wisselen en de overdracht op te schorten indien Italië niet aan de zorgbehoefte kan voldoen.
Eiser deed een beroep op een interim measure van het EHRM die overdracht opschortte in een andere zaak van een kwetsbare asielzoeker. De rechtbank stelde vast dat deze maatregel niet op eiser van toepassing is, omdat zijn situatie niet vergelijkbaar is met die van een zwangere vrouw die in die zaak centraal stond.
Verder wees de rechtbank het beroep af dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet langer zou gelden ten aanzien van Italië. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft dit beginsel recent bevestigd. De door eiser overgelegde rapporten van SFH/OSAR geven geen aanleiding tot een ander oordeel.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.