ECLI:NL:RBDHA:2019:11304
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak diefstal en verduistering van geldbedrag van hoogbejaarde vrouw
De verdachte werkte sinds 2014 als mantelzorgster voor een toen 91-jarige vrouw en was gemachtigd om maandelijks €500 te pinnen voor haar. Tussen oktober en december 2015 werden echter bijna dagelijks bedragen van €1000 gepind, totaal circa €60.000. Verdachte en haar man verklaarden dat dit met toestemming was vanwege belastingontwijking. Daarnaast werd een lening van €20.000 opgenomen, waarvan €10.000 via bankoverschrijving en volgens verdachten de rest contant was terugbetaald.
De officier van justitie eiste een gevangenisstraf wegens diefstal en verduistering, stellende dat toestemming ontbrak en slechts €10.000 was terugbetaald. De verdediging betoogde vrijspraak, wijzend op de psycho-geriatrische problematiek van het slachtoffer, waardoor haar verklaring behoedzaam moest worden benaderd, en het ontbreken van bewijs dat geld zonder toestemming was gepind.
De rechtbank constateerde dat het dossier belastende aanwijzingen bevatte, zoals de hoge opnamebedragen en aantekeningen op bankafschriften, maar dat de gezondheidstoestand van het slachtoffer de waarde van haar aangifte beperkte. Er was onvoldoende wettig en overtuigend bewijs dat de verdachte zonder toestemming handelde of de lening niet volledig had terugbetaald.
Daarom sprak de rechtbank de verdachte vrij van diefstal en verduistering. De benadeelde partij werd niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering tot schadevergoeding en veroordeeld in de kosten van de verdediging, begroot op nihil.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs voor diefstal en verduistering.