Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2019:11378

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
22 oktober 2019
Publicatiedatum
29 oktober 2019
Zaaknummer
7499347 EJ19-80469
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot vernietiging ontslag op staande voet na bewezen mishandeling

De zaak betreft een verzoek tot vernietiging van een ontslag op staande voet door een werknemer tegen de werkgever Compaxo Fijne Vleeswaren B.V. De kantonrechter heeft bewijs toegelaten en getuigen gehoord om vast te stellen of er sprake was van een dringende reden voor het ontslag.

Uit de getuigenverklaringen blijkt dat de werknemer tijdens werktijd de teamleider heeft geslagen, wat door vrijwel alle getuigen is bevestigd. De klap was zo hard dat de teamleider bijna viel en een rode plek in zijn nek had. De werknemer heeft voorafgaand aan het ontslag onjuist verklaard over zijn rol bij het incident en ontkende agressief gedrag.

Verder stond vast dat er in het verleden vergelijkbare incidenten waren geweest waarvoor de werknemer meerdere malen was gewaarschuwd. De kantonrechter concludeerde dat deze feiten samen een dringende reden voor ontslag op staande voet opleveren. Het verzoek tot vernietiging van het ontslag wordt daarom afgewezen en de werknemer wordt veroordeeld in de proceskosten.

Uitkomst: Het verzoek tot vernietiging van het ontslag op staande voet wordt afgewezen wegens bewezen mishandeling.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Gouda
Zaaknr./rolnr.: 7499347/ EJ VERZ 19-80469
Uitspraakdatum: 22 oktober 2019
Beschikking in de zaak van:
[verzoeker en verwerende partij in het voorwaardelijk tegenverzoek],
wonende te [woonplaats] ,
verzoekende partij in de zaak van het verzoek, verwerende partij in de zaak van het voorwaardelijk tegenverzoek,
gemachtigde: mr. H.A.T. Vijftigschild
tegen
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Compaxo Fijne Vleeswaren B.V.,
gevestigd te Gouda,
verwerende partij in de zaak van het verzoek, verzoekende partij in de zaak van het voorwaardelijk tegenverzoek,
gemachtigde: mr. E.J.L. Mulderink.
Partijen worden hierna aangeduid als “ [verzoeker en verwerende partij in het voorwaardelijk tegenverzoek] ” en “Compaxo”.

1.Verdere procedure

De kantonrechter heeft na de beschikking van 19 maart 2019 nog kennis genomen van:
- het proces-verbaal van het getuigenverhoor van 3 juni 2019;
- het proces-verbaal van het getuigenverhoor van 1 augustus 2019;
- het proces-verbaal van het getuigenverhoor van 25 september 2019.

2.Verdere beoordeling

2.1
Bij beschikking van 19 maart 2019 heeft de kantonrechter Compaxo toegelaten tot bewijs van feiten en omstandigheden waaruit kan worden afgeleid dat zij redenen had om [verzoeker en verwerende partij in het voorwaardelijk tegenverzoek] op 30 november 2018 op staande voet te ontslaan. Compaxo heeft als getuigen laten horen de heren [getuige 1] , [getuige 2] , [getuige 3] en [getuige 4] . [verzoeker en verwerende partij in het voorwaardelijk tegenverzoek] heeft afgezien van het horen van getuigen in de contra-enquête.
2.2
De kantonrechter is van oordeel dat door de afgelegde getuigenverklaringen Compaxo heeft bewezen dat [verzoeker en verwerende partij in het voorwaardelijk tegenverzoek] tijdens een woordenwisseling de heer [getuige 1] , teamleider van [getuige 4] , plotseling gedurende werktijd in het gezicht heeft geslagen. Dat is door alle getuigen, behoudens de heer [getuige 3] , bevestigd. De klap was zo hard dat de heer [getuige 1] bijna is gevallen en hij daarna een rode plek in zijn nek had.
2.3
Tussen partijen staat niet ter discussie dat een en ander op 27 november 2018 heeft plaatsgevonden. Bovendien staat naar het oordeel van de kantonrechter daarmee vast dat [verzoeker en verwerende partij in het voorwaardelijk tegenverzoek] over zijn rol bij het voorval niet juist heeft verklaard aan Compaxo voorafgaand aan het ontslag op staande voet. Hij heeft ten onrechte gesteld dat hij zich niet agressief had gedragen en geen geweld had toegepast.
Voorts heeft [verzoeker en verwerende partij in het voorwaardelijk tegenverzoek] niet de stelling van Compaxo weersproken dat in het verleden (vergelijkbare) incidenten hebben plaatsgevonden, waarvoor hij meerdere malen zowel schriftelijk als mondeling was gewaarschuwd, waaronder een handgemeen in november 2017.
2.4
De kantonrechter is van oordeel dat de bovengenoemde feiten en omstandigheden, in onderling samenhang bezien, een dringende reden voor een ontslag op staande voet opleveren, mede gelet op het feit dat [verzoeker en verwerende partij in het voorwaardelijk tegenverzoek] geen persoonlijke omstandigheden heeft aangevoerd die tot een andere conclusie zouden kunnen leiden.
2.5
Het voorafgaande brengt mee dat het verzoek zal worden afgewezen en het voorwaardelijk tegenverzoek geen verdere behandeling behoeft. [verzoeker en verwerende partij in het voorwaardelijk tegenverzoek] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten.

3.BeslissingDe kantonrechter:

- wijst het verzoek af;
- veroordeelt [verzoeker en verwerende partij in het voorwaardelijk tegenverzoek] in de proceskosten aan de zijde van Compaxo tot heden begroot op € 800,- voor salaris van de gemachtigde van Compaxo;
-
verklaart deze beschikking wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door kantonrechter mr. P.M. Frinking en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 22 oktober 2019.