ECLI:NL:RBDHA:2019:11555
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen feitelijke overdracht aan Italië op grond van Dublinverordening
Verzoekers, een gezin met jonge kinderen en de Nigeriaanse nationaliteit, maakten bezwaar tegen hun voorgenomen feitelijke overdracht aan Italië op grond van de Dublinverordening. Zij beriepen zich op hun bijzondere kwetsbaarheid zoals erkend in het Tarakhel-arrest van het EHRM, en op lopende procedures bij het EHRM die vragen stelden over overdrachtsmaatregelen voor kwetsbare asielzoekers.
De staatssecretaris verwees naar de Nederlandse antwoorden op vragen van het EHRM en stelde dat de overdracht zorgvuldig wordt uitgevoerd, onder meer omdat eerdere overdrachten op verzoek van Italiaanse autoriteiten werden uitgesteld. De voorzieningenrechter oordeelde dat het bezwaar een redelijke kans van slagen heeft, mede omdat niet is uitgesloten dat individuele garanties van Italië nodig zijn voordat overdracht kan plaatsvinden.
De rechter wees erop dat het bezwaar beperkt is tot de wijze van overdracht en nieuwe feiten moet bevatten ten opzichte van eerdere besluiten. De situatie van verzoekers verschilt door de lopende EHRM-‘interim measures’ en de kwetsbaarheid van het gezin. Daarom werd de voorlopige voorziening toegewezen, waardoor verzoekers niet mogen worden overgedragen totdat op het bezwaar is beslist.
Tot slot veroordeelde de voorzieningenrechter de staatssecretaris in de proceskosten van verzoekers, vastgesteld op €512,-. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Verzoekers mogen niet worden overgedragen aan Italië totdat op het bezwaar is beslist.