ECLI:NL:RBDHA:2019:11807
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Verlenging machtiging tot uithuisplaatsing en benoeming bijzondere curatoren in gezinsconflict
De rechtbank Den Haag behandelde een verzoek tot verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige, waarbij de vader een beroep deed op diplomatieke immuniteit vanwege zijn functie bij het Europees Octrooibureau. De rechtbank oordeelde dat de vader slechts functionele immuniteit heeft die niet strekt tot familierechtelijke zaken, waardoor zij bevoegd is de zaak te behandelen.
De machtiging tot uithuisplaatsing werd verlengd tot 6 april 2020, de duur van de ondertoezichtstelling, omdat het verblijf bij het pleeggezin rust en continuïteit biedt en terugplaatsing bij de moeder momenteel niet mogelijk is. Beide ouders stemden in met de verlenging, hoewel de vader bezwaar maakte tegen de termijn.
Vanwege een aanhoudende belangenstrijd, waarbij de minderjarige geen contact wil met de vader, benoemde de rechtbank een tweede bijzondere curator naast de reeds benoemde curator om de juridische belangen van het kind te behartigen. Zelfstandige verzoeken van de vader, waaronder vervanging van de gecertificeerde instelling en een omgangsregeling, werden afgewezen wegens gebrek aan nieuwe feiten en het belang van het kind.
De rechtbank benadrukte het belang van rust voor de minderjarige en het samenwerken van ouders met hulpverleners en de gecertificeerde instelling. De beschikking werd mondeling uitgesproken op 4 september 2019 en schriftelijk uitgewerkt op 17 september 2019.
Uitkomst: De rechtbank verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing tot 6 april 2020 en benoemt een tweede bijzondere curator; de zelfstandige verzoeken van de vader worden afgewezen.