Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 7 november 2019 in de zaken tussen
[eiser] , te [woonplaats] , eiser,
de inspecteur van de Belastingdienst, verweerder.
Procesverloop
€ 1.045, € 813 en € 894 (de boetebeschikkingen). Tevens heeft verweerder bij de navorderingsaanslagen belastingrente in rekening gebracht (de rentebeschikkingen).
10 januari 2019 aangevuld.
[D] verschenen. Eiser is door de griffier bij aangetekende brief, verzonden op 20 augustus 2019 naar het adres [adres] [postcode] te [woonplaats] , onder vermelding van plaats en tijdstip, uitgenodigd om op de zitting te verschijnen. Eiser is, zonder bericht van verhindering, niet verschenen. Nu genoemde brief niet ter griffie is terugontvangen en uit informatie van PostNL is gebleken dat de brief aan eiser op genoemd adres is uitgereikt, is de rechtbank van oordeel dat de uitnodiging om op de zitting te verschijnen op juiste wijze, tijdig op het juiste adres is aangeboden.
Overwegingen
1 november 2013 en bankafschriften van de ING-bank waaruit kasopnames blijken op
28 maart 2013 van € 1.700 en op 1 november 2013 van € 2.500.
€ 3.000 met als dagtekening 4 januari 2014 en van bankafschriften van de ING-bank waaruit contante geldopnames blijken van € 1.000 op 27 november 2013 en van € 1.200 op
27 december 2013.
Rabo-bank waaruit een contante opname blijkt op 28 juni 2012 van € 2.450.
€ 2.590 heeft plaatsgevonden op de ABN-AMRO rekening van eiser.
Geschil11. In geschil is of verweerder de navorderingsaanslagen heeft mogen opleggen, of bij de navorderingsaanslagen terecht de aftrek van de giften is gecorrigeerd, of de vergrijpboeten terecht zijn opgelegd en/of de belastingrente juist is berekend. Verder is in geschil of verweerder heeft gehandeld in strijd met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur.
1 januari 2008 is ingetrokken, op zichzelf niet aan de giftenaftrek in de weg staat.