ECLI:NL:RBDHA:2019:1202
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.F.I. Sinack
- M.J.L. Holierhoek
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring beroep tegen intrekking verblijfsvergunning wegens strafbare feiten en belangenafweging privéleven
Eiser, een Vietnamese nationaliteithebbende die sinds 1979 in Nederland verblijft, kreeg in 2017 zijn verblijfsvergunning ingetrokken vanwege veroordelingen voor ernstige strafbare feiten waaronder verkrachting en oplichting. Na eerdere vernietiging van het besluit door de rechtbank in 2018, werd het bezwaar opnieuw beoordeeld.
De rechtbank oordeelde dat eiser geen unierechtelijk verblijfsrecht op grond van de Gezinsherenigingsrichtlijn heeft en dat verweerder voldoende heeft gemotiveerd dat de intrekking een gerechtvaardigde inmenging is in het privéleven van eiser. Er is rekening gehouden met de aard en ernst van de delicten, de duur van het verblijf, tijdsverloop sinds de misdrijven, en sociale banden.
Hoewel eiser een gedragswijziging claimt, acht de rechtbank de recente vermogensdelicten ernstig en van invloed op de belangenafweging. De beperkte sociale integratie en het ontbreken van maatschappelijke participatie wegen mee. De belangen van de Nederlandse staat bij bescherming van de openbare orde prevaleren, waardoor het beroep ongegrond wordt verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard.