De Gemeente Den Haag vordert in kort geding dat Rieff Den Haag B.V. wordt veroordeeld tot ontruiming van twee percelen grond waarop een demontabel migrantenhotel is gevestigd. De huurovereenkomsten voor deze percelen zijn volgens een eerder vonnis van 11 december 2018 geëindigd per 5 februari 2019, hoewel hoger beroep loopt. De Gemeente heeft bovendien de huurovereenkomsten per 1 augustus 2019 opgezegd.
Rieff voert verweer tegen de spoedeisendheid en betwist het onrechtmatig bezit, maar de kantonrechter stelt vast dat het spoedeisend belang aanwezig is vanwege de voortgang van het bouwproject Caland Dock waarvoor de percelen nodig zijn. De kantonrechter volgt de Hoge Raad in dat de kortgedingrechter zich dient te richten naar het oordeel van de bodemrechter, tenzij sprake is van misslag of nieuwe feiten, wat hier niet het geval is.
De kantonrechter wijst de vordering toe en bepaalt een ontruimingstermijn tot uiterlijk 15 januari 2020, rekening houdend met de tijd die nodig is voor demontage en verwijdering van fundering. Dwangsommen worden voorlopig niet opgelegd. Rieff wordt veroordeeld in de proceskosten. Een inhoudelijke beoordeling van het geschil komt niet aan de orde, om geen verkapt hoger beroep te plegen.