ECLI:NL:RBDHA:2019:12049
Rechtbank Den Haag
- Mondelinge uitspraak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen weigering opvolgende machtiging tot voorlopig verblijf in nareiszaak
Eiser heeft een opvolgende aanvraag ingediend voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid is afgewezen. Het bezwaar tegen deze afwijzing werd eveneens ongegrond verklaard. Eiser stelde beroep in bij de rechtbank.
Tijdens de mondelinge behandeling op 25 oktober 2019 in Middelburg zijn partijen vertegenwoordigd door hun gemachtigden, en waren tevens de echtgenote van eiser en een tolk aanwezig. De rechtbank heeft ter zitting vastgesteld dat de staatssecretaris zich voldoende heeft gemotiveerd en dat er geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden zijn die aanleiding geven tot het wijzigen van het eerdere besluit.
De rechtbank oordeelde dat de feitelijke gezinsband tussen eiser en zijn echtgenote vóór haar binnenkomst in Nederland was verbroken, hetgeen gebaseerd is op door haar zelf afgelegde verklaringen. Het huwelijk en de geboorte van een zoon na binnenkomst vormen geen bewijs van een herstelde feitelijke gezinssituatie op het moment van binnenkomst.
Daarom is het beroep ongegrond verklaard en is geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen vier weken na verzending van het proces-verbaal.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de opvolgende mvv-aanvraag in het kader van nareis is ongegrond verklaard.