ECLI:NL:RBDHA:2019:12052
Rechtbank Den Haag
- Mondelinge uitspraak
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid opvolgende asielaanvraag wegens ontbreken nieuwe relevante elementen
Eiser heeft een opvolgende aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Verweerder, de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, heeft deze aanvraag op 3 september 2019 niet-ontvankelijk verklaard omdat eiser geen relevante nieuwe elementen had aangevoerd die aanleiding zouden geven tot een andere beslissing dan de eerdere afwijzing.
Tijdens de zitting op 27 september 2019, waar eiser en zijn gemachtigde aanwezig waren, heeft de rechtbank het beroep behandeld. De rechtbank heeft overwogen dat de overgelegde doopakte geen identificerend document is, omdat het ontbreekt aan een pasfoto en handtekening, en de authenticiteit niet kon worden vastgesteld door Bureau Documenten. Tevens kon eiser niet duidelijk maken hoe hij aan het document was gekomen.
De verklaringen van de broer en zus van eiser waren onvoldoende om aannemelijk te maken wie eiser is. Gezien het feit dat het een opvolgende aanvraag betreft, rust de bewijslast zwaarder op eiser. De rechtbank concludeerde dat verweerder terecht de aanvraag niet-ontvankelijk heeft verklaard en verklaarde het beroep ongegrond. Er is geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de niet-ontvankelijkheid van de opvolgende asielaanvraag.