Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de meervoudige kamer van 15 november 2019 in de zaak tussen
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
ProcesverloopBij besluit van 3 november 2018 (hierna: het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 28 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 (hierna: Vw 2000) in de verlengde procedure afgewezen als ongegrond. Daarnaast is eiser geen verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd verleend op grond van artikel 14, eerste lid, aanhef en onder e, van de Vw 2000 in samenhang met artikel 3.6a van het Vreemdelingenbesluit 2000. Ook is hem geen uitstel van vertrek verleend op grond van artikel 64 van Pro de Vw 2000.
Overwegingen
oplichting, dat wil zeggen het ontvreemden van andermans eigendom door middel van bedrog en schending van vertrouwen, met misbruik van zijn dienstbetrekking, door een georganiseerde groep, op bijzonder grote schaal”.