ECLI:NL:RVS:2020:2216
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- J.J. van Eck
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende motivering risico foltering
De vreemdeling, een zakenman uit de Russische Federatie, vroeg asiel aan na zijn aanhouding op Schiphol op grond van een uitleveringsverzoek van Rusland. Hij stelde dat het uitleveringsverzoek gebaseerd was op een gefabriceerde rechtszaak vanwege zijn oppositie en dat hij bij terugkeer een reëel risico liep op foltering in strijd met artikel 3 EVRM Pro.
De staatssecretaris wees de asielaanvraag af en de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep stelde de Afdeling bestuursrechtspraak vast dat de staatssecretaris onvoldoende had gemotiveerd waarom het deel van het asielrelaas over de gefabriceerde rechtszaak ongeloofwaardig zou zijn. Ook ontbrak een deugdelijke motivering waarom het risico op foltering in de gevangenis niet aannemelijk zou zijn, ondanks de algemene kennis over mishandeling in Russische gevangenissen.
De Afdeling benadrukte dat garanties van de Russische autoriteiten onvoldoende zijn zonder eigen onderzoek naar de bescherming van de vreemdeling. Daarom werd het besluit vernietigd en werd de staatssecretaris verplicht een nieuw besluit te nemen. Tevens werden de proceskosten aan de vreemdeling toegekend.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de asielaanvraag wordt vernietigd en de staatssecretaris moet een nieuw besluit nemen.