ECLI:NL:RBDHA:2019:12134
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag op grond van Dublinverordening wegens verantwoordelijkheid Italië
Eiser, een Nigeriaanse nationaliteit bezittende persoon, diende op 14 mei 2019 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder, de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, nam de aanvraag niet in behandeling omdat Italië op grond van de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling. Eiser betoogde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel jegens Italië niet meer geldt vanwege onvoldoende opvang en rechtsbijstand, en dat bijzondere omstandigheden Nederland zouden moeten doen afzien van terugzending.
De rechtbank stelde vast dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat er in Italië sprake is van systemische tekortkomingen in de asielprocedure of opvang die een reëel risico op onmenselijke behandeling opleveren. Eiser heeft geen bewijs geleverd van ontoereikende toegang tot een effectieve asielprocedure in Italië. De rechtbank benadrukte dat Europese richtlijnen ook in Italië gelden en dat klachten over de Italiaanse autoriteiten bij die instanties moeten worden ingediend.
De rechtbank concludeerde dat verweerder terecht het interstatelijk vertrouwensbeginsel toepast en geen aanleiding ziet om de asielaanvraag zelf te behandelen op grond van artikel 17 van Pro de Dublinverordening. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag is ongegrond verklaard.