ECLI:NL:RBDHA:2019:12137
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag op grond van Dublinverordening ondanks medische problematiek
Eiser, met de Libische nationaliteit, diende op 24 maart 2019 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder nam deze niet in behandeling omdat Italië op grond van de Dublinverordening verantwoordelijk is. Het eerste besluit werd ingetrokken en vervangen door een tweede besluit, waarop het beroep zich richt.
Eiser voerde aan dat hij als kwetsbaar persoon met hemofilie aanvullende garanties nodig had en dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet meer van toepassing was vanwege tekortkomingen in Italië. Ook stelde hij dat Nederland het voorbeeld van Duitsland en Frankrijk moest volgen in het overnemen van asielzoekers uit solidariteit.
De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende aannemelijk maakte dat Italië structurele tekortkomingen vertoont die een uitzondering op het vertrouwensbeginsel rechtvaardigen. Medische stukken toonden geen noodzaak voor specialistische behandeling aan en Italië wordt geacht adequate zorg te bieden. Solidariteitsargumenten leiden niet tot een andere beoordeling.
Het beroep tegen het eerste besluit werd niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan procesbelang, het beroep tegen het tweede besluit ongegrond. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan eiser.
Uitkomst: Beroep tegen eerste besluit niet-ontvankelijk, beroep tegen tweede besluit ongegrond, proceskostenvergoeding aan eiser.