ECLI:NL:RBDHA:2019:12154
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorzieningenrechter verklaart zich onbevoegd bij verzoek voorlopige voorziening vrijwillig vertrek vreemdeling
Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen zijn geplande vertrek naar Griekenland en verzocht om een voorlopige voorziening. Verweerder stelde dat het vertrek vrijwillig is en dat er geen sprake is van een gedwongen uitzetting, waardoor de voorzieningenrechter niet bevoegd zou zijn.
De voorzieningenrechter onderzocht of sprake was van een feitelijke handeling in de zin van artikel 72, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000. Uit jurisprudentie en toelichting blijkt dat alleen een gedwongen vertrek als uitzetting geldt. Omdat verzoeker de keuze heeft om wel of niet te vertrekken en er geen dwang is, is er geen sprake van uitzetting.
Daarmee ontbreekt een besluit waartegen bezwaar en beroep mogelijk zijn, waardoor de voorzieningenrechter zich onbevoegd verklaart. Er is geen rechtsmiddel tegen deze uitspraak mogelijk.
Uitkomst: De voorzieningenrechter verklaart zich onbevoegd omdat vrijwillig vertrek geen feitelijke handeling is in de zin van artikel 72, derde lid, Vreemdelingenwet 2000.