ECLI:NL:RVS:2016:430
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- A.B.M. Hent
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging inbewaringstelling vreemdeling wegens ontbreken zicht op uitzetting naar Irak
De vreemdeling werd op 16 december 2015 in vreemdelingenbewaring gesteld. De rechtbank verklaarde het daarop ingestelde beroep ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en vorderde tevens schadevergoeding.
De Afdeling stelde vast dat gedwongen uitzetting naar Irak niet mogelijk is vanwege onveiligheid en het ontbreken van een laissez passer door de Iraakse autoriteiten. De rechtbank had onvoldoende onderkend dat daardoor het zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn ontbreekt, hetgeen een vereiste is voor rechtmatige inbewaringstelling.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond. De vrijheidsontnemende maatregel werd opgeheven en aan de vreemdeling werd een vergoeding toegekend over de periode van detentie. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De inbewaringstelling van de vreemdeling wordt vernietigd en de vrijheidsontnemende maatregel opgeheven wegens ontbreken van zicht op uitzetting naar Irak.