ECLI:NL:RBDHA:2019:12376
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging inreisverbod en afwijzing asielaanvraag uit Albanië
Eiser, een Albanese asielzoeker, verzocht om een verblijfsvergunning en kreeg deze afgewezen met een inreisverbod van twee jaar opgelegd. De rechtbank oordeelde dat Albanië terecht als veilig land van herkomst is aangemerkt en dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij bijzondere bescherming nodig heeft. Daarnaast werd het inreisverbod vernietigd omdat de staatssecretaris onvoldoende informatie had verzameld over de impact op het familieleven van eiser, met name de relatie met zijn gedetineerde broer in Duitsland.
Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag werd ongegrond verklaard, mede omdat eiser geen correcties of aanvullingen op zijn gehoor had ingediend en geen bewijs had geleverd dat de situatie in Albanië voor hem uitzonderlijk onveilig is. De rechtbank stelde vast dat het opleggen van het inreisverbod niet zorgvuldig was voorbereid, omdat verweerder nagelaten had eiser te bevragen over de familierelatie en detentieduur van zijn broer.
De rechtbank vernietigde daarom het inreisverbod en wees het verzoek om een voorlopige voorziening af, aangezien reeds op het beroep was beslist. Verweerder werd veroordeeld tot betaling van de proceskosten van eiser. De uitspraak is gedaan door rechter A.K. Mireku op 13 september 2019.
Uitkomst: Beroep tegen asielafwijzing ongegrond, inreisverbod vernietigd wegens onzorgvuldige besluitvorming.